Islam & Vrijheid van meningsuiting: vriend of vijand?

In het licht van de recente gebeurtenissen in Frankrijk en Oostenrijk hebben de initiatiefnemers van de ‘Ware Islam’-campagne een virtuele lezing georganiseerd over ‘Islam & Vrijheid van meningsuiting’. Sprekers tijdens de lezing waren professor Maurits Berger (advocaat en Arabist) en Imam Safeer Siddiqui (Imam van de Baitul Afiyat moskee).

“De Islam gunt vrijheid aan iedereen en erkent dat door deze vrijheid verschillen ontstaan, maar deze verschillen moeten er niet voor zorgen dat het leven onmogelijk wordt gemaakt. Zelf grenzen stellen betekent niet dat onze vrijheid wordt afgepakt. Grenzen functioneren als dijken: ze maken het leven mooier en leefbaarder.“, aldus Imam Siddiqui.

Verder betoogt hij: ”Moslims vragen niet om een speciale behandeling met betrekking tot de vrijheid van meningsuiting, maar om gelijke behandeling. Zoals het ethisch onjuist is om vulgaire cartoons te maken van de slachtoffers van MH17 of van de recente aanslagen, zo willen wij ook behandeld worden met betrekking tot onze geliefde. Ik stel dan ook niet dat er een wettelijke beperking moet komen, maar dat mensen er zelf voor kiezen, uit innerlijke beschaving, om een ander niet doelbewust te krenken. Doelbewust beledigen is geen deugd.”

Professor Berger belichte het juridische kader: “Het wordt essentieel geacht voor de democratie dat iedereen zijn mening moet kunnen uiten. Er zijn zoveel verschillen dat iedereen alles op tafel moet kunnen leggen, want anders komen we niet verder. De prijs  die je daarvoor betaalt is dat je te maken krijgt met meningen die schokken, kwetsen of verontrusten.”

“De vrijheid van meningsuiting is niet absoluut of onbegrensd. Het is verboden om mensen te beledigen op grond van bepaalde kenmerken (huidskleur, godsdienst, etc.). Wetten beschermen mensen en geen ideeën, gedachten of religies, omdat deze bespreekbaar moeten blijven. De blasfemiewetten zijn hierdoor ook afgeschaft. Dit verklaart ook het verschil tussen antisemitisme en Islamofobie.”, aldus professor Berger.

Verder meent hij: “Dit klinkt allemaal wat kunstmatig, maar heeft ermee te maken dat het ingewikkeld wordt als men geloof gaat opnemen in het strafrecht. Als we het hebben over de godslasteringswet is het erg lastig om te bewijzen dat God gelasterd is: we kunnen God niet in het getuigenbankje roepen. Gelovigen kunnen daar wel wat van zeggen, maar daar gaat de wet niet over.”

Professor Berger: “Het juridisch kader biedt dus niet veel uitweg en het is daar ook niet voor bedoeld. Het wil alleen in conflicten een paar uitgangspunten hebben. De wet zegt niets over fatsoen en innerlijke beschaving; dat is aan de mensen zelf. Een nieuwe ontwikkeling die speelt is dat men meer wilt kijken naar of een uitspraak haatdragend is.”

The Categories: Persbericht